Wat is het verschil tussen staatsobligaties en bedrijfsobligaties?
Obligaties worden uitgegeven door verschillende soorten organisaties. Bij een staatsobligatie leen je geld aan een overheid, bij een bedrijfsobligatie aan een onderneming en bij een supranationale obligatie aan een internationale instelling die door meerdere landen wordt gedragen.
Deze indeling vertelt je wie de uitgever is, maar niet automatisch hoeveel risico je loopt. Een bedrijfsobligatie is bijvoorbeeld niet noodzakelijk risicovoller dan elke staatsobligatie. Het kredietrisico hangt af van de financiële situatie van de individuele uitgever en van de voorwaarden van de obligatie.
Wat is een staatsobligatie?
Een staatsobligatie is een lening die wordt uitgegeven door een overheid om bijvoorbeeld overheidsuitgaven of bestaande schulden te financieren.
In België geeft de federale overheid onder meer lineaire obligaties, bekend als OLO's, uit. Ook andere landen geven staatsobligaties uit.
Het kredietrisico hangt onder andere af van de financiële situatie van het land en zijn vermogen om schulden terug te betalen. Een staatsobligatie is dus niet automatisch risicoloos.
Wat is een bedrijfsobligatie?
Een bedrijfsobligatie is een lening die wordt uitgegeven door een onderneming. Bedrijven gebruiken het opgehaalde geld bijvoorbeeld om investeringen te financieren, hun activiteiten uit te breiden of bestaande schulden te herfinancieren.
De kredietwaardigheid verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. Een financieel gezond bedrijf kan doorgaans tegen gunstigere voorwaarden lenen dan een onderneming met hoge schulden of onzekere vooruitzichten.
Een bedrijfsobligatie kan daarom een hoger rendement bieden dan een staatsobligatie, maar dat kan ook wijzen op een groter risico dat de onderneming haar verplichtingen niet nakomt.
Wat is een supranationale obligatie?
Een supranationale obligatie wordt uitgegeven door een internationale instelling die door meerdere landen wordt opgericht of ondersteund. Die instellingen financieren bijvoorbeeld infrastructuur, economische ontwikkeling of andere internationale beleidsdoelstellingen.
Bekende voorbeelden zijn:
- Europese Unie (EU): geeft obligaties uit om onder meer Europese financieringsprogramma's te ondersteunen.
- Europese Investeringsbank (EIB): financiert investeringen die bijdragen aan de doelstellingen van de Europese Unie.
- Wereldbank: financiert ontwikkelingsprojecten en armoedebestrijding.
Supranationale instellingen kunnen doorgaans geld ophalen op internationale kapitaalmarkten. Hun kredietwaardigheid hangt af van factoren zoals hun financiële structuur, de middelen waarover ze beschikken en de steun die hun lidstaten bieden.
Veel obligaties van grote supranationale instellingen hebben een hoge kredietwaardigheid. Dat betekent echter niet dat ze volledig risicoloos zijn.
De drie categorieën vergeleken
| Kenmerk | Staatsobligatie | Bedrijfsobligatie | Supranationale obligatie |
|---|---|---|---|
| Uitgever | Overheid | Onderneming | Internationale instelling |
| Voorbeeld | Belgische staatsobligatie | Obligatie van een onderneming | Obligatie van de EIB |
| Gebruik van het geld | Overheidsfinanciering | Bedrijfsfinanciering | Internationale of Europese financiering |
| Kredietrisico | Afhankelijk van de overheid | Afhankelijk van het bedrijf | Afhankelijk van de instelling en haar financiële structuur |
| Verwacht rendement | Afhankelijk van kredietwaardigheid, looptijd en marktomstandigheden | Afhankelijk van kredietwaardigheid, looptijd en marktomstandigheden | Afhankelijk van kredietwaardigheid, looptijd en marktomstandigheden |
De categorie van een obligatie is dus een eerste aanknopingspunt, geen volledige risico-indeling. Binnen elke categorie bestaan verschillen in kredietwaardigheid. Een financieel sterk bedrijf kan bijvoorbeeld een betere kredietwaardigheid hebben dan een overheid met grote financiële problemen. Ook de looptijd, de munt en de specifieke voorwaarden kunnen het risico beïnvloeden.
Waarom verschilt het rendement?
Beleggers kijken niet alleen naar de soort uitgever, maar ook naar het risico dat ze nemen.
Een onderneming met een zwakkere kredietwaardigheid moet beleggers mogelijk een hogere rente bieden dan een financieel sterke overheid of supranationale instelling.
Ook de resterende looptijd, de marktrente, de verhandelbaarheid en de voorwaarden van de obligatie beïnvloeden het rendement.
Een hogere coupon betekent overigens niet automatisch een hoger rendement. Ook de aankoopprijs en de terugbetalingswaarde spelen een rol.
Waarop let je als belegger?
Bij de keuze tussen staatsobligaties, bedrijfsobligaties en supranationale obligaties kijk je best verder dan alleen de coupon.
Let onder meer op:
- Kredietwaardigheid: hoe groot is het risico dat de uitgever niet betaalt?
- Rendement: welk rendement mag je verwachten tegen de prijs die je betaalt?
- Looptijd: hoelang blijft je geld belegd?
- Liquiditeit: hoe gemakkelijk kun je de obligatie tussentijds verkopen?
- Spreiding: ben je afhankelijk van één uitgever of één type obligatie?
Een kredietrating kan helpen om het kredietrisico in te schatten, maar is geen garantie dat de uitgever zijn verplichtingen nakomt.
Hoe vergelijk je het rendement?
Vergelijk obligaties bij voorkeur op basis van hun rendement tot de vervaldag en houd rekening met hun verschillende risico's. Kijk daarnaast naar transactiekosten en toepasselijke belastingen, want die beïnvloeden wat je netto overhoudt.
Met de obligatiecalculator van Obligatiegids.be kun je het verwachte rendement van een obligatie berekenen met aandacht voor relevante kosten en belastingen.
Kort samengevat: staatsobligaties worden uitgegeven door overheden, bedrijfsobligaties door ondernemingen en supranationale obligaties door internationale instellingen. Deze indeling vertelt je wie je geld leent, maar niet automatisch hoe risicovol de belegging is. Beoordeel daarom ook de kredietwaardigheid van de uitgever, de voorwaarden, de aankoopprijs, de looptijd en het verwachte netto rendement.