Waarom stijgt of daalt de koers van een obligatie?
De koers van een obligatie verandert doordat beleggers hun verwachtingen bijstellen over onder meer de rente en de kredietwaardigheid van de uitgever. Vooral veranderingen in de marktrente kunnen een grote invloed hebben.
Voor een belegger is het belangrijk om te begrijpen waarom een obligatie meer of minder waard kan worden nadat hij ze heeft gekocht.
Wat is de koers van een obligatie?
De koers is de prijs waartegen een obligatie op de markt wordt verhandeld. Die wordt vaak uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde.
Een koers van 100% betekent dat je de obligatie tegen haar nominale waarde koopt. Bij een koers van 95% betaal je 95% van die waarde. Bij een koers van 105% betaal je 105%.
De koers kan tijdens de looptijd veranderen. Daardoor kan de prijs waartegen je een obligatie vandaag verkoopt verschillen van de prijs die je ervoor hebt betaald.
Wat is de invloed van de marktrente?
De relatie tussen de marktrente en de koers van een bestaande obligatie verloopt doorgaans in tegengestelde richting:
- De marktrente stijgt: bestaande obligaties met een lagere coupon worden doorgaans minder aantrekkelijk. Hun koers daalt meestal.
- De marktrente daalt: bestaande obligaties met een hogere coupon worden doorgaans aantrekkelijker. Hun koers stijgt meestal.
Dat verband tussen coupon en rendement wordt verder uitgelegd in het artikel over coupon en rendement.
Dat komt doordat nieuwe obligaties bij een hogere marktrente vaak een aantrekkelijkere rente bieden. Om een bestaande obligatie met een lagere coupon toch interessant te maken, moet de prijs ervan doorgaans dalen.
Voorbeeld
Stel dat je een obligatie bezit met een nominale waarde van € 1.000 en een jaarlijkse coupon van 2%.
Je ontvangt jaarlijks € 20 interest. Vervolgens stijgt de marktrente en worden vergelijkbare nieuwe obligaties uitgegeven met een coupon van 4%.
Beleggers kunnen dan kiezen voor nieuwe obligaties die meer interest opleveren. Om jouw bestaande obligatie aantrekkelijk te maken, kan de koers dalen.
Daalt de koers bijvoorbeeld tot € 900, dan ontvangt een nieuwe koper nog steeds € 20 jaarlijkse interest, maar betaalt die daarvoor minder. Het rendement voor die nieuwe koper ligt daardoor hoger dan wanneer de obligatie € 1.000 kostte.
De werkelijke koers hangt onder meer af van de resterende looptijd, de kredietwaardigheid en de marktomstandigheden.
Waarom speelt de looptijd een rol?
Obligaties met een langere resterende looptijd zijn doorgaans gevoeliger voor veranderingen in de marktrente dan vergelijkbare obligaties die bijna vervallen.
Dat komt doordat de waarde van toekomstige betalingen sterker verandert wanneer die betalingen verder in de toekomst liggen.
Een obligatie met nog vijftien jaar te gaan kan daarom sterker in koers bewegen dan een vergelijkbare obligatie die over één jaar vervalt.
De mate waarin een obligatie gevoelig is voor renteveranderingen wordt vaak uitgedrukt met de duration. Hoe hoger de rentegevoeligheid, hoe groter doorgaans de koersbeweging bij een bepaalde verandering van de marktrente.
Wat als de kredietwaardigheid verandert?
Niet alleen de rente beïnvloedt de koers. Ook de financiële gezondheid van de uitgever speelt een rol.
Als beleggers vrezen dat een bedrijf of overheid zijn betalingsverplichtingen moeilijker zal kunnen nakomen, kan de koers van de obligaties dalen. Verbeterde vooruitzichten kunnen dan weer een positief effect hebben.
Lees meer over het kredietrisico van staatsobligaties en bedrijfsobligaties.
Obligaties met een vergelijkbare looptijd kunnen daarom toch sterk verschillen in koersontwikkeling.
Moet je je zorgen maken over een koersdaling?
Dat hangt af van je situatie en beleggingsdoel.
Als je een obligatie tussentijds wilt verkopen, kan een lagere koers betekenen dat je verlies maakt. De verkoopprijs kan immers lager liggen dan je aankoopprijs.
De koers is niet het enige risico. Bekijk ook de andere risico's van obligaties.
Als je een obligatie tot de vervaldag bijhoudt, kan een tussentijdse koersdaling minder belangrijk zijn. Je ontvangt dan normaal de contractuele betalingen en de terugbetalingswaarde, op voorwaarde dat de uitgever zijn verplichtingen nakomt. De koersdaling kan echter wel wijzen op een veranderd risico of een gewijzigde opportuniteitskost.
Ook bij een obligatie die je tot de vervaldag bijhoudt, blijft het kredietrisico dus belangrijk.
Kort samengevat: de koers van een obligatie wordt beïnvloed door de marktrente, de resterende looptijd en de kredietwaardigheid van de uitgever. Een koersdaling betekent niet automatisch dat je uiteindelijk verlies maakt, maar ze verdient wel je aandacht.