← Terug naar artikels

Welke risico's zijn er bij obligaties?

Obligaties worden vaak als minder risicovol beschouwd dan aandelen, maar ze zijn niet zonder risico. Je kunt geld verliezen wanneer de uitgever niet terugbetaalt, de koers daalt of de inflatie je koopkracht aantast.

Welke risico's je loopt, hangt onder meer af van de uitgever, de looptijd, de voorwaarden en de prijs die je betaalt.

1. Kredietrisico: de uitgever betaalt niet

Kredietrisico is het risico dat de uitgever van een obligatie zijn interestbetalingen of terugbetaling niet volledig of niet op tijd kan uitvoeren.

Een onderneming kan bijvoorbeeld in financiële moeilijkheden komen of een overheid kan haar schulden moeilijker financieren.

Het kredietrisico verschilt per uitgever. Lees meer over de verschillen tussen staatsobligaties en bedrijfsobligaties.

In zo'n situatie kan de koers van de obligatie sterk dalen. In het slechtste geval verlies je een deel van je belegging of zelfs het volledige bedrag.

Een hogere rente kan wijzen op een groter kredietrisico. Kijk daarom niet alleen naar de aangeboden rente, maar ook naar de financiële gezondheid van de uitgever.

Een hoge coupon is bovendien niet hetzelfde als een hoog rendement. Lees meer over het verschil tussen coupon en rendement.

2. Renterisico: de koers daalt

De koers van een bestaande obligatie daalt doorgaans wanneer de marktrente stijgt. Nieuwe obligaties bieden dan mogelijk een hogere rente, waardoor bestaande obligaties met een lagere coupon minder aantrekkelijk worden.

Dit risico is vooral relevant als je de obligatie vóór de vervaldag wilt verkopen.

Obligaties met een langere resterende looptijd zijn doorgaans gevoeliger voor veranderingen in de marktrente dan vergelijkbare obligaties met een kortere looptijd.

Wil je meer weten? Lees ook waarom de koers van een obligatie stijgt of daalt.

3. Inflatierisico: je koopkracht daalt

Inflatie betekent dat goederen en diensten gemiddeld duurder worden. Daardoor kun je met hetzelfde bedrag minder kopen.

Stel dat een obligatie jaarlijks 3% interest oplevert, terwijl de inflatie 4% bedraagt. Dan neemt je koopkracht af, zelfs als je de interest volledig ontvangt.

Het reële rendement houdt rekening met inflatie. Bij een positieve inflatie ligt het reële rendement doorgaans lager dan het nominale rendement.

Ook wanneer je je oorspronkelijke kapitaal op de vervaldag volledig terugkrijgt, kan de koopkracht van dat bedrag intussen zijn afgenomen.

4. Liquiditeitsrisico: je vindt niet gemakkelijk een koper

Niet alle obligaties worden even actief verhandeld. Voor sommige obligaties zijn er veel kopers en verkopers, terwijl andere weinig verhandelbaar zijn.

Als je een obligatie tussentijds wilt verkopen, vind je mogelijk niet onmiddellijk een koper tegen een aantrekkelijke prijs.

Een beperkte liquiditeit kan ook leiden tot een groter verschil tussen de biedprijs en de laatprijs. Dat verschil verhoogt de impliciete kosten van kopen en verkopen.

5. Herbeleggingsrisico: je kunt interest niet opnieuw aan hetzelfde rendement beleggen

Wanneer je een coupon ontvangt of een obligatie vervalt, kun je het vrijgekomen geld opnieuw beleggen.

Maar de marktrente kan op dat moment lager liggen. Je kunt dan mogelijk geen vergelijkbaar rendement meer behalen met een nieuwe belegging.

Dit risico is vooral relevant wanneer je de interest opnieuw wilt beleggen om op lange termijn een bepaald inkomen of vermogen op te bouwen.

6. Valutarisico: de wisselkoers werkt tegen

Koop je een obligatie die in een andere munt dan de euro is uitgegeven, dan kan de wisselkoers je resultaat beïnvloeden.

Zelfs als de obligatie in haar eigen munt een positief rendement oplevert, kan de waarde omgerekend naar euro dalen wanneer die munt verzwakt tegenover de euro.

Bij obligaties in euro speelt dit specifieke valutarisico voor een Belgische belegger doorgaans niet.

Hoe beperk je de risico's?

Je kunt risico's niet volledig uitsluiten, maar je kunt er wel bewust mee omgaan.

  • Spreid je beleggingen: vermijd dat je volledig afhankelijk bent van één uitgever.
  • Bekijk de kredietwaardigheid: onderzoek de financiële situatie van de uitgever en gebruik ratings als aanvullende informatie.
  • Stem de looptijd af op je plannen: koop geen obligatie met een lange looptijd als je het geld mogelijk snel nodig hebt.
  • Vergelijk rendement en risico: een hoge rente is niet automatisch een betere keuze.
  • Let op de aankoopprijs en kosten: ook een obligatie met een aantrekkelijke coupon kan tegen een ongunstige prijs worden gekocht.

Een obligatie tot de vervaldag bijhouden kan het belang van tussentijdse koersschommelingen verminderen, maar neemt het kredietrisico, het inflatierisico en het herbeleggingsrisico niet weg.

Kort samengevat: de belangrijkste risico's van obligaties zijn kredietrisico, renterisico, inflatierisico, liquiditeitsrisico, herbeleggingsrisico en eventueel valutarisico. Kijk daarom niet alleen naar de coupon, maar beoordeel ook de uitgever, de looptijd, de aankoopprijs en je eigen beleggingsdoel.