Wat is het verschil tussen coupon en rendement?
De coupon van een obligatie bepaalt hoeveel rente je volgens de obligatievoorwaarden ontvangt. De couponrente drukt die rente uit als een percentage van de nominale waarde. Het rendement houdt ook rekening met de prijs die je voor de obligatie betaalt en de bedragen die je tijdens de looptijd en bij de terugbetaling ontvangt.
Daardoor kan het rendement hoger of lager zijn dan de couponrente.
In de basisuitleg over obligaties lees je hoe coupons en rendement passen in de werking van een obligatie.
Wat is de coupon van een obligatie?
De coupon is de rente die een obligatie volgens de voorwaarden uitkeert. De couponrente wordt doorgaans uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde.
Stel dat je een obligatie hebt met:
- Een nominale waarde van € 1.000
- Een jaarlijkse couponrente van 3%
Dan ontvang je jaarlijks € 30 rente, zolang de obligatie die coupon betaalt en de uitgever zijn verplichtingen nakomt.
Bij een obligatie met een vaste couponrente verandert dat bedrag normaal niet doordat de marktprijs van de obligatie stijgt of daalt.
Niet elke obligatie betaalt periodieke rente. Zo bestaan er ook nulcouponobligaties, die geen coupons uitkeren. Het mogelijke rendement ontstaat daar onder meer uit het verschil tussen de aankoopprijs en de terugbetalingswaarde.
Waarom is de aankoopprijs belangrijk?
Je koopt een obligatie niet noodzakelijk tegen haar nominale waarde. De marktprijs kan hoger of lager liggen, onder meer door veranderingen in de marktrente, de kredietwaardigheid van de uitgever en de resterende looptijd.
Lees ook waardoor de koers van een obligatie stijgt of daalt.
Bij de vervaldag wordt de contractueel bepaalde terugbetalingswaarde uitgekeerd. Bij een klassieke obligatie is dat doorgaans de nominale waarde, maar de terugbetaling is niet gegarandeerd als de uitgever zijn verplichtingen niet kan nakomen.
Het verschil tussen de aankoopprijs en de terugbetalingswaarde beïnvloedt je rendement. Koop je een obligatie beneden haar nominale waarde en wordt ze op de vervaldag volledig tegen die nominale waarde terugbetaald, dan levert dat naast de rente een bijkomende opbrengst op. Koop je ze boven haar nominale waarde, dan kan dat verschil juist een verlies betekenen.
Voorbeeld: een obligatie met een couponrente van 3%
Je koopt een obligatie met een nominale waarde van € 1.000 en een jaarlijkse couponrente van 3%. Er zijn nog drie jaar te gaan tot de vervaldag.
| Kenmerk | Bedrag |
|---|---|
| Nominale waarde | € 1.000 |
| Jaarlijkse coupon | € 30 |
| Aankoopprijs | € 950 |
| Terugbetaling op de vervaldag | € 1.000 |
Je ontvangt jaarlijks € 30 rente. Als de uitgever de obligatie volgens de voorwaarden terugbetaalt, ontvang je op de vervaldag bovendien € 1.000.
Je betaalt € 950 voor de obligatie en krijgt bij terugbetaling € 1.000. Naast de rente is er dus een verschil van € 50 tussen je aankoopprijs en de terugbetaling.
Daardoor ligt het rendement tot de vervaldag hoger dan de couponrente van 3%. In dit voorbeeld bedraagt het rendement tot de vervaldag ongeveer 4,9% per jaar, uitgaande van jaarlijkse couponbetalingen, aankoop tegen € 950 en volledige terugbetaling volgens de contractuele voorwaarden.
Dit is het rendement vóór eventuele transactiekosten en belastingen.
Wat is het rendement tot de vervaldag?
Het rendement tot de vervaldag, ook bekend als yield to maturity (YTM) of actuarieel rendement, geeft het geannualiseerde rendement weer dat overeenkomt met de verwachte betalingen van een obligatie als je ze tot de vervaldag aanhoudt.
De berekening houdt rekening met:
- De aankoopprijs van de obligatie
- De toekomstige couponbetalingen
- De terugbetaling op de vervaldag
- De resterende looptijd
Het rendement tot de vervaldag is daardoor vaak informatiever dan de couponrente wanneer je verschillende obligaties vergelijkt.
Het is echter geen gegarandeerd rendement. De berekening veronderstelt onder meer dat de uitgever zijn contractuele verplichtingen nakomt. Het uiteindelijke resultaat kan ook afhangen van de manier waarop ontvangen coupons worden herbelegd.
De klassieke YTM houdt bovendien niet automatisch rekening met je persoonlijke belastingen en alle transactiekosten.
Lees ook hoe je het rendement van een obligatie berekent.
Hoeveel houd je netto over?
Als Belgische belegger kijk je best verder dan de couponrente of het rendement tot de vervaldag. Ook transactiekosten en toepasselijke belastingen kunnen je uiteindelijke opbrengst beïnvloeden.
Daarnaast kan de afrekening bij aankoop of verkoop verschillen van de weergegeven beurskoers, bijvoorbeeld doordat er opgelopen rente wordt aangerekend.
Met de obligatiecalculator van Obligatiegids.be kun je onderzoeken welk rendement een concrete obligatie mogelijk oplevert, rekening houdend met de relevante kosten en belastingen.
Wat moet je onthouden?
De coupon vertelt hoeveel rente een obligatie volgens de voorwaarden uitkeert. De couponrente drukt die rente uit als een percentage van de nominale waarde. Het rendement houdt ook rekening met de aankoopprijs, de betalingen tijdens de looptijd en de terugbetaling.
Een obligatie met een hogere couponrente levert dus niet noodzakelijk een hoger rendement op. Vergelijk obligaties daarom niet alleen op basis van hun coupon, maar kijk ook naar het rendement tot de vervaldag, de kosten, de belastingen en de risico's.
Dit artikel biedt algemene informatie over obligaties en is geen persoonlijk beleggingsadvies. Het uiteindelijke rendement hangt af van de obligatievoorwaarden, de aankoopprijs, de kosten, de belastingen en de financiële situatie van de uitgever.