← Terug naar artikels

Hoe bereken je het rendement van een obligatie?

Het rendement van een obligatie hangt niet alleen af van de coupon. Ook de prijs die je betaalt, de resterende looptijd en de terugbetaling op de vervaldag spelen een rol. Als belegger moet je daarnaast rekening houden met eventuele transactiekosten en belastingen.

Wil je obligaties vergelijken, dan is het belangrijk om te weten welk rendement je precies bekijkt.

Lees ook wat het verschil is tussen coupon en rendement.

Welke gegevens heb je nodig?

Om het rendement van een obligatie te berekenen, heb je doorgaans de volgende gegevens nodig:

  • Coupon: de rente die de obligatie volgens de voorwaarden uitkeert.
  • Nominale waarde: het bedrag waarop de obligatie is gebaseerd.
  • Aankoopprijs: de prijs die je voor de obligatie betaalt, doorgaans uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde.
  • Resterende looptijd: de tijd tot de vervaldag.
  • Terugbetalingswaarde: het bedrag dat je op de vervaldag volgens de voorwaarden ontvangt.
  • Transactiekosten en belastingen: kosten en belastingen die je uiteindelijke opbrengst kunnen verlagen.

Bij een aankoop tussen twee coupondata kan ook de opgelopen rente een rol spelen. Dat is de rente die sinds de vorige coupondatum is opgebouwd. Bij een gebruikelijke aankoop op de secundaire markt vergoedt de koper die rente doorgaans aan de verkoper.

Hoe beïnvloedt de aankoopprijs het rendement?

De aankoopprijs is een belangrijke factor. De coupon van een klassieke obligatie met een vaste rente wordt berekend op basis van de nominale waarde, niet op basis van de prijs die je op de beurs betaalt.

Meer over de invloed van marktrente en kredietwaardigheid lees je in waarom de koers van een obligatie stijgt of daalt.

Stel dat een obligatie een nominale waarde van € 1.000 heeft en jaarlijks € 40 rente uitkeert.

Kenmerk Obligatie A Obligatie B
Nominale waarde € 1.000 € 1.000
Jaarlijkse coupon € 40 € 40
Aankoopprijs € 1.050 € 950
Coupon als percentage van de aankoopprijs 3,81% 4,21%

Beide obligaties keren jaarlijks hetzelfde bedrag aan rente uit. Toch verschilt de verhouding tussen de coupon en de aankoopprijs.

Die verhouding wordt het lopende rendement genoemd, ook bekend als current yield. Je berekent het door de jaarlijkse coupon te delen door de aankoopprijs en het resultaat met 100 te vermenigvuldigen.

Het lopende rendement is een eenvoudige maatstaf. Het houdt geen rekening met de resterende looptijd, het verschil tussen de aankoopprijs en de terugbetalingswaarde, transactiekosten of belastingen.

Koop je boven de nominale waarde, dan kan het verschil bij terugbetaling je totale opbrengst drukken. Koop je onder de nominale waarde, dan kan dat verschil je opbrengst juist verhogen.

Wat is het rendement tot de vervaldag?

Het rendement tot de vervaldag, ook bekend als yield to maturity (YTM) of actuarieel rendement, is een uitgebreidere maatstaf.

De berekening houdt rekening met:

  • de aankoopprijs;
  • de toekomstige couponbetalingen;
  • de terugbetaling op de vervaldag;
  • de resterende looptijd.

Het rendement tot de vervaldag wordt doorgaans uitgedrukt op jaarbasis. Het is een nuttige maatstaf om obligaties met verschillende coupons, aankoopprijzen en looptijden met elkaar te vergelijken.

De berekening gaat ervan uit dat de contractuele betalingen plaatsvinden. Bij de klassieke YTM wordt bovendien geen rekening gehouden met persoonlijke belastingen en transactiekosten. Ook de eventuele herbelegging van ontvangen coupons tegen hetzelfde rendement is een belangrijke aanname bij de interpretatie van de maatstaf.

Het berekende rendement is daarom geen garantie op het resultaat dat je uiteindelijk behaalt. De uitgever moet zijn betalingsverplichtingen nakomen en de uitkomst hangt af van de gebruikte aannames.

Lees ook over de risico's van obligaties.

Wat is het verschil tussen bruto- en nettorendement?

Het brutorendement geeft het rendement weer vóór aftrek van de relevante kosten en belastingen. Het nettorendement houdt daar wel rekening mee.

Als Belgische particuliere belegger kun je onder meer te maken krijgen met:

  • Transactiekosten: de kosten die je broker aanrekent voor de aankoop of verkoop.
  • Beurstaks: een eventuele taks op de transactie.
  • Roerende voorheffing: belasting die van toepassing kan zijn op rente-inkomsten.
  • Andere toepasselijke belastingen: afhankelijk van de obligatie, de transactie en de geldende regelgeving.

Welke kosten en belastingen precies gelden, hangt af van de situatie. Ook de fiscale behandeling kan veranderen.

Bij het vergelijken van obligaties is het daarom belangrijk om dezelfde uitgangspunten te hanteren en na te gaan welke kosten en belastingen in de berekening zijn opgenomen.

Bereken het rendement met kosten en belastingen

Een obligatie met een aantrekkelijk brutorendement levert niet noodzakelijk het hoogste nettorendement op. Zeker bij kleinere beleggingen kunnen transactiekosten een merkbaar verschil maken.

Met de gratis obligatiecalculator van Obligatiegids.be kun je onderzoeken welk rendement een obligatie mogelijk oplevert, rekening houdend met de relevante transactiekosten en belastingen.

Zo vergelijk je obligaties niet alleen op basis van hun coupon, maar ook op basis van wat ze je naar verwachting netto opleveren.

Wat moet je onthouden?

Het rendement van een obligatie wordt beïnvloed door de aankoopprijs, de couponbetalingen, de terugbetaling en de resterende looptijd.

Het lopende rendement geeft een eerste indicatie van de verhouding tussen de jaarlijkse coupon en de aankoopprijs. Het rendement tot de vervaldag houdt daarnaast rekening met de resterende looptijd en de terugbetaling.

Wil je weten wat een obligatie je werkelijk kan opleveren? Kijk dan verder dan de coupon en houd ook rekening met kosten, belastingen en risico's.


Dit artikel biedt algemene informatie over obligaties en is geen persoonlijk beleggingsadvies. Het uiteindelijke rendement hangt af van de obligatievoorwaarden, de aankoopprijs, de kosten, de belastingen en de financiële situatie van de uitgever.